STRAMPROY - HISTORIE
Algemeen
Stramproy ligt ongeveer 5 kilometer ten zuiden van de stadsrand van Weert, vlak aan de Belgische grens. De doorgaande weg door het dorp, die in het zuiden richting het Belgische Maaseik leidt, loopt in noordelijke richting tot aan het centrum van de stad. Tussen Weert en Stramproy ligt ook nog het kleinere kerkdorp Tungelroy (dat van oudsher bij Weert hoort). De omgeving van Stramproy is sterk agrarisch. Ten noordwesten van het dorp ligt tevens een groot bos- en heidegebied, waar natuurgebieden liggen als de Tungelerwallen en de Stramproyse heide.

De historie van Stramproy
In 1287 wordt er voor het eerst melding gemaakt van de naam Stramprode, waarbij “rode” staat voor ontgonnen bos. Stramproy was een van de 4 kwartieren van het kleine vorstendom Thorn. De andere drie waren: Thorn,, Grathem-Baexem en Ell-Haler-Ittervoort

Roth
Na de Franse tijd werd het ingedeeld bij het departement Nedermaas in het Kanton Weert. In 1851 stelde Dhr. G.M. Poell uit Weert in zijn “Beschrijving van het Hertogdom Limburg” Stramproy als volgt voor: Een dorp met 5 gehuchten of rothen: Bergerroth, Torenroth, Brijvinsroth, Heijerroth en Molenbroekroth. Zij beslaat een oppervlakte van ruim 1124 bunders, telt 229 huizen, bewoond door 1219 inwoners, die meestal in de landbouw hun bestaan vinden. Rothen vonden hun bestaan in de middeleeuwen. Elk roth had een rothmeester die werd gekozen door de burgemeester. Elk roth had een schans waar vrouwen, kinderen en waardevolle bezittingen in tijd van nood veilig gesteld konden worden. De schans was ongeveer 1 ha. groot en was doorgaans gelegen in een moerassige streek. Om het perceel lag een diepe gracht. Aan de binnenkant werden palen in de grond geslagen en daartussen vlocht men twijgen. Achter deze twijgen werd de grond uit de gracht opgeworpen tot een hoogte van ca. 2 meter. Aan de ingang was een ophaalbrug. Binnen de schans konden hutten gebouwd worden. De schans kon bescherming bieden tegen rovers en plunderende bendes.

Vorstendom Thorn
Rond 1700 behoorde Stramproy tot het vorstendom Thorn. Het werd begrensd ten oosten door door de Vrijheerlijkheid Kessenich, waaronder de buurten Hunsel en Kinrooi, ten zuiden door het vrijdorp Neeritter waartoe Molenbeersel behoorde, ten zuidwesten door het graafschap Loon met de grensplaatsen Tongerloo, Bree, Beek en Bocholt, ten noordoosten door Hunsel en tenslotte ten noordwesten door Weert Tussen Weert en Sramproy vormde een keten van zandheuvels een natuurlijk grens.

Zelfstandig
Vanaf ongeveer 1800 was Stramproy een zelfstandige gemeente met eigen burgemeesters, gemeentesecretarissen, gemeenteontvangers, wethouders en raadsleden. De langstzittende burgemeester (1876-1911) was J.M. Smeijers. De laatste burgemeester van de gemeente Stramproy was Frans Beckers.In 1998 ging Stramproy op in de gemeente Weert. waar mevr. Loeki van Balen burgemeester was.